“
We hadden kunnen afspreken in zijn atelier. Of in een café. Maar Thomas Serruys heeft een ander voorstel: “Anders bel ik je als ik in mijn camionette zit.” Hopelijk is hij daardoor niet te veel creatietijd kwijt, want Thomas vertrouwt ons toe dat hij ‘op de baan’ zijn beste ideeën krijgt. Terwijl het landschap voorbijglijdt, bedenkt hij nieuwe stoelen, banken, tafels en deurklinken.
Die solo-brainstorms in de bestelwagen zeggen veel over hoe hij werkt. De ontwerpen van Thomas Serruys vertrekken niet vanuit theorieën of software, maar vanuit observatie, buikgevoel en praktijkervaring. Mist hij thuis een bureaustoel? Dan maakt Thomas die gewoon zelf. Met wieltjes uit de doe-het-zelfzaak en een knipoog naar de Cassina LC7 van Charlotte Perriand. “Op de zitting ligt een kokosvloermat als kussen,” legt Thomas uit. “Zo’n mat die vaak aan de deur ligt in winkels. Dat materiaal reageert mooi op slijtage. Daarom heb ik dat gekozen.” Zo’n keuze typeert Thomas Serruys. Inspiratie kan bij hem van overal komen. “Ik ben net terug van skivakantie. En dan zie ik daar die skiliften en geraak ik gefascineerd. Die liften werken in weer en wind. Ze zien er eigenlijk vaak ook heel goed uit. Ik sta dat mechanisme en die stoeltjes dan te bestuderen in plaats van naar beneden te skiën.” Maar ik kan net zo goed op weg gezet worden door het zien van een gegalvaniseerd fietsenrek of een stoel van Maarten Van Severen.
De Rollmaster bureaustoel
Het is geen toeval dat Thomas naar een Van Severen-stoel verwijst. Voor hij zijn eigen meubels begon te ontwerpen en te maken, was Thomas aan- en verkoper van vintage designmeubilair. Hij handelde jarenlang in stukken van bekende en minder bekende ontwerpers. Toch ontbrak er iets voor hem. “Ik heb het altijd leuk gevonden om een idee te materialiseren in een tastbaar object. Dat miste ik wel toen ik handelaar was. Ik wilde dingen maken. Iets met mijn handen doen.”
Hij begon meubels te maken en die werden geëxposeerd in Galerie Patrick Fourtin in Parijs. Hij zag die eerste creaties als springplank naar meer. Als die stukken zouden aanslaan, zou hij met de eerste opbrengst de metaalbewerkingsmachines kopen om een eigen werkplaats te starten: laspost en boormachines. “Dat is gelukt en dat is fantastisch: mijn klanten van de designmeubelen verhuisden voor een groot deel mee naar mijn nieuwe activiteit. De verkoop is snel op gang gekomen.”
Het is allemaal spontaan gegroeid. Thomas was helemaal niet uitgekeken op de wereld van vintage design – die boeit hem nog altijd. Hij doet geen buying trips meer, maar als hij een zeldzaam stuk op de kop kan tikken voor iemand, laat hij dat zeker niet liggen. En tegelijk heeft hij in zijn handelaarsperiode veel geleerd. Het was een informele opleiding in vormgeving, materiaalgebruik en esthetiek. Elk stuk dat via zijn magazijn passeerde, bekeek hij aandachtig: welke verbindingen waren er gebruikt? Wat was ingenieus? Wat kon er beter?
De stoel die alles veranderde
De belangrijkste insteek om iets nieuws te maken, is vaak heel eenvoudig voor Thomas. “Als ik thuis iets mis, dan ga ik dat maken,” verklaart hij. Zo wou hij een stoel die hij jaar in jaar uit buiten op het terras kon laten staan – gegalvaniseerd, iets met een architecturaal kantje, maar tegelijk praktisch en functioneel. Dat is de Shaped Pipe Chair, zijn bekendste ontwerp tot nu, geworden. Deze SPC is opgebouwd vanuit één geplooide stalen buis, met een stalen zit en rugleuning op maat gesneden, afgewerkt met ertalon voetstukken. Vandaag is hij verkrijgbaar in een verzinkte versie die buiten een mooie patine krijgt, of gelakt in zwart of groen.
Thomas legt uit dat een eenvoudige rekensom hem over de streep trok om die terrasstoel zelf te maken. “Als ik dat had gekocht aan 400 euro per stoel, was ik 2.400 euro kwijt. Voor dat geld moest ik dat toch zelf kunnen maken.” Hij laste een eerste oplage van vijftig stuks. Deze stoelen werden genummerd als gelimiteerde oplage op Instagram gezet. Er waren meteen veel geïnteresseerden, tot zijn eigen verbazing. “Dat was eigenlijk een mini-crowdfunding die mijn productiekosten dekte. Die eerste vijftig zijn proportioneel iets anders dan de latere versies. Je zal ze altijd kunnen herkennen.”
De stap naar het atelier
De overgang naar een eigen praktijk kwam stap voor stap. Serruys begon te experimenteren, schafte zijn eerste machines aan en trok naar mensen met vakkennis om technieken onder de knie te krijgen. Hij leerde vooral door te doen: vragen stellen, oefenen, fouten maken en opnieuw beginnen.
Een bevriende smid hielp Thomas in het begin. “Maar hij had op den duur geen tijd meer voor mijn projectjes.” Hij daagde Thomas uit om het zelf te leren. “Toen ik mijn eigen laspost gekocht had, zette hij me op weg. En dan ben ik beginnen te oefenen. Lassen fascineerde mij altijd. Die rook, die vonken, die geur. Dat kruipt ook letterlijk in je kleren. Heerlijk!”
Waarom staal?
Dat Serruys bij staal uitkwam, verbaast niet als je hem erover hoort praten. “Staal combineert kracht met flexibiliteit. Je kunt het lassen, draaien, frezen, plooien en slijpen. Ook qua afwerking zijn de mogelijkheden bijna eindeloos: polijsten, borstelen, poederlakken, galvaniseren, patineren …”
Zijn Resourcer-tafels tonen dat mooi. Ze combineren ruw gesneden staalplaten met gesmede poten, afgewerkt in verzinkte uitvoering of met een donkere patine. Maar Thomas beperkt zich niet tot metaal. In zijn atelier, een oude katoenspinnerij in Brugge, ontwerpt hij ook tafels in massief Oregon Pine en eik. De DATA-reeks bijvoorbeeld, met handgedraaide trapeziumvormige poten en zachte afgeronde randen.
Expressieve onderstellen
Opvallend veel ontwerpen van Thomas Serruys steunen op opvallende poten en onderstellen. “Met poten kan je veel vertellen. Je kan ze zo smeden dat ze zich aan de grond lijken vast te zuigen, of alsof ze eruit groeien. Zo krijgt elk meubel niet alleen steun, maar ook karakter en een bijna levendige uitstraling.”
Speelse maatwerkstukken
Naast tafels, banken, stoelen en krukjes maakt Serruys ook bijzondere stukken op maat. Zo ontwierp hij in ruw staal een kaaswagentje voor chefs Benoît en Bernard Dewitte, met gebeitelde zwarte els van Dries Vanlandschoote. Voor Van Hende Wijnimport en champagnehuis Lanson maakte Thomas een Champagne Utility Chariot: een mobiel object in gegalvaniseerd staal met afvalbakje, drupkraan en afneembare display.
Ontwerpen vanuit het hoofd én het lichaam
“Ik teken en schets weinig. Ik rij veel en bedenk bijna alles wat ik maak in de auto. Het krijgt visueel vorm in mijn hoofd, en daarna maak ik het.” Tijdens het bouwen stuurt hij intuïtief bij. “Al sculpturend voel ik of de proporties kloppen. En als dat niet zo is, pas ik het aan tot het juist zit.”
Voor Serruys moet een meubel ook iets zeggen over zijn tijd. “Vandaag nog een Louis XVI of art-nouveaumeubel maken heeft weinig zin. Je kan verwijzen of knipogen, maar kopiëren heeft geen zin. De Boulle-stijl, waarbij patronen van metaal, schildpad of paarlemoer in hout werden ingelegd, is meesterlijk vakmanschap. Maar vandaag zoiets doen, vind ik niet meer van deze tijd. Het is nu veel relevanter wanneer je erin slaagt om met recuperatiemateriaal iets slims en eigentijds te doen. Herinterpreteren is interessant. Kopiëren vind ik zinloos.”
Groeien zonder zichzelf kwijt te raken
Serruys ziet zeker mogelijkheden om verder te groeien en meer volume te draaien, maar alleen op een manier die trouw blijft aan kwaliteit en identiteit. Het is een herkenbare uitdaging voor veel ambachtelijke ondernemers: hoe schaal je op zonder generiek te worden?
Zijn antwoord ligt in nabijheid tot het proces. Weten hoe iets gemaakt wordt. Betrokken blijven bij productie. Voeling houden met de kern van het werk.
Succes is welkom, maar niet het vertrekpunt. “Ik doe heel graag wat ik doe. Ik heb het gevoel dat ik niets anders kan dan dit doen. Ik ben er dag en nacht mee bezig. Ik voel die drang om iets te realiseren. Iets kunnen maken: daarvoor komt de zon op.”
Een neus voor mooie dingen
Soms lijk jij een zesde zintuig te hebben voor design en kunst die aanslaat? Zo kocht je al meubels van Pierre Chapo voor het hip was. Zo organiseerde je al in 2021 een expo met werk van de Roeselaarse kunstschilder Kristof Santy. “Ik zou dat niet romantiseren. Soms spreken dingen mij gewoon enorm hard aan. Dat was zo met de meubels van Pierre Chapo.” Kinderen waren op die zware chaletmeubels van hun ouders en grootouders uitgekeken, maar Serruys zag meteen wat er in zat. “Die meubels zijn prachtig in die dikke Franse olm. Die zitten ook heel goed ineen. Dat is fundamenteel goed. Je kon dat indertijd relatief goedkoop kopen. Toen H Gallery in New York er een boek over maakte, groeide de interesse exponentieel.”
Met de werken van Kristof Santy was het niet anders. “Dat is allemaal heel organisch tot stand gekomen. Ik zie die werken en dat raakt me. Een goed gevoel is belangrijk.”
Thomas Serruys ontwerpt voor 3KEYS by Imroder
Voor 3KEYS by Imroder werkt Thomas Serruys aan nieuwe concepten voor de publieke omgeving van het project. 3KEYS biedt, diep verscholen in het groen van Sint-Denijs-Westrem, een exclusieve woonplek met zicht op het Parkbos.
De concrete besprekingen lopen nog, maar waarschijnlijk gaat Thomas voor de site varianten van zijn gegalvaniseerde smeedijzeren Resourcer-banken ontwerpen. Dat vooruitzicht is veelbelovend: Resourcer combineert robuustheid met elegantie en geeft iets terug aan de omgeving en aan passanten – een moment van rust, of een visuele prikkel in het groen. Voor 3KEYS betekent dat een duidelijke meerwaarde: geen anoniem parkmeubilair, maar doordachte objecten die de site extra cachet verlenen.
Serruys vertrekt voor deze opdracht niet vanuit één standaardoplossing, maar kijkt telkens naar omgeving, gebruik en beleving. “De identiteit van Resourcer blijft, maar ik pas de vorm aan aan de plek waar het komt te staan. Op een intiem hoekje komt een andere variant dan op een open plek.”