Filter op

Summer 2026

“

De kunst van het weglaten

Peter Duerinck
• Atelier Artisjok
Over nederigheid, natuur en het heruitvinden van het landschap

Er zijn mensen die een tuin ontwerpen zoals anderen een product ontwikkelen: duidelijk, beheerst, afgelijnd. Anderen zien een landschap ontstaan – iets dat tijd en aandacht vraagt en verbinding creëert. Peter Duerinck (boogschutter) behoort onmiskenbaar tot die tweede categorie. In zijn woorden gaat het al lang niet meer over een optelsom van verharding, groen, lijnen en zichtassen. “Het is een manier van kijken en van in het leven staan.”

Peters houding lijkt rechtstreeks voort te komen uit de plek waar het voor hem allemaal begon: de Westhoek. “Ik ben in Ieper geboren tegenaan het Heuvelland, en dat is een beetje blijven plakken,” zegt hij. “Vandaar waarschijnlijk de voorliefde voor het buiten zijn.” Toch wilde hij eerst apotheker worden. “Klopt, dat was zo tot ik in het vijfde middelbaar zat. Gelukkig ben ik op de open dag van de landschapsarchitecten in Melle beland. Ik zag daar die maquettes staan in de hal van het kasteeltje, en ik was verkocht. Ik dacht: dit is het.” Wat hem aantrok, was niet alleen het groen, maar de samenkomst van denken en het maken: “Je creëert en je werkt met groen, en de tuinarchitectuur brengt dat eigenlijk heel mooi samen.” Dat Atelier Artisjok later zou uitgroeien tot een praktijk die zich niet laat opsluiten in één discipline, lijkt achteraf bijna logisch. Architectuur, planten, ecologie, interieur, kunst: bij Duerinck vloeien ze niet opportunistisch in elkaar over, maar omdat hij ze eenvoudigweg nooit als afzonderlijke werelden heeft gezien.

Samen met Katelijne op zoek naar pure schoonheid
Ook zakelijk en privé vloeien bij Peter en zijn partner Katelijne Demonie in elkaar over: “Wij zijn man en vrouw en werken samen. En we denken over veel dingen hetzelfde. Zo proberen we heel eenvoudig in het leven te staan… wij hebben het niet zo met gadgets, technologie en opzichtige dure dingen. Wij zoeken schoonheid en puurheid. Daar zijn we wel veeleisend in. Een vakantiehuis met een vloer die niet klopt, daar kunnen wij allebei ongelukkig van worden.” In die paar zinnen wordt al duidelijk waarom Atelier Artisjok niet past in de klassieke groeilogica van status en schaalvergroting en design als visitekaartje. Als Peter de bestaansgeschiedenis van Atelier Artisjok uit de doeken doet, gaat het al even snel over de bewuste afbouw na een jarenlange groei. “We hadden een heel orderboek vol met ontwerpen en uitvoeringsprojecten. En heel veel kopzorgen ook wel,” zegt hij. “Ik ben ook niet een persoon die als manager ingezet kan worden… Ik word ongelukkig als ik medewerkers moet coachen. Daarom zijn wij terug naar de basics gegaan. Dat is een tegendraadse beslissing. Want in ons maatschappelijk-economisch model is alles gericht op groei.” En dan, bijna laconiek: “Economisch gezien misschien niet de strafste beslissing. Maar wij hebben rust gevonden op die manier.”

Nabijheid als kwaliteit

Die terugkeer naar de essentie heeft niet alleen de structuur van het bureau veranderd, maar ook de relatie tot het werk zelf. Duerinck en zijn partner Katelijne doen opnieuw wat ze het liefst doen: zelf kijken, zelf tekenen, zelf spreken, zelf voelen waar een project wringt of juist potentieel heeft. “Als een klant mij belt of Katelijne: wij zijn het die het getekend hebben. Wij zijn het die met die mensen gesproken hebben,” zegt hij. “Wij weten direct waar dat hapert. Waar we kunnen helpen. Dat is één op één.” Het klinkt bijna ouderwets in een tijd van schaalbare processen en optimalisering, maar precies die directheid lijkt voor hem de enige manier om kwaliteit te garanderen. Niet omdat controle het hoogste goed is, wel omdat nabijheid nuance toelaat. En nuance, zo blijkt telkens opnieuw, is het echte materiaal waarmee Atelier Artisjok werkt.

Atelier Artisjok, what’s in a name?

De naam van het bedrijf van Peter en Katelijne is al even non-conformistisch als hun aanpak. Geen klassieke combinatie tussen familienaam en “tuinarchitectuur”, maar een open begrip. ‘Atelier’ staat voor maken, testen, denken en voor een plek waar disciplines samenkomen. ‘Artisjok’ kwam uit een fascinatie voor vergeten groenten: complex, gelaagd en niet meteen vanzelfsprekend. De naam klinkt licht, maar zegt veel over hun visie: niet hapklaar, niet eenduidig – wel gelaagd, onderzoekend en bewust.

Geen stijl, maar een manier van kijken

Misschien verklaart dat ook waarom Duerinck zich zo resoluut verzet tegen het idee van een herkenbare stijl. In designcontexten geldt stijl als kapitaal: iets waaraan je een maker meteen herkent. Maar voor hem is dat eerder een beperking. “Ik geloof niet in het idee dat we een eigen stijl zouden hebben,” zegt hij. “Ik wil echt onbevangen altijd elke opdracht kunnen aangaan. Ik probeer eerst te zien wat er charmant is, of wat er pakt… wat de kwaliteiten zijn op vandaag.” Over voorbeelden hoeft Peter niet lang na te denken: “In ons vorige atelier in Oostende, een oude loods, was er afgebladderd verfwerk. De meeste mensen zouden dat afschuren. Wij baseerden ons bureauboxenconcept op die mooie tinten. Momenteel zijn we bij een klant in Oedelem bezig. In die tuin staat een scheef gewaaide meidoorn. We hebben die zo gepositioneerd in het nieuwe ontwerp, dat het lijkt alsof hij uit een haag komt te vallen.  Bij veel anderen zou die struik verwijderd zijn. Wij hebben hem alleen wat bijgesnoeid.”

De tuin als proces, niet als eindbeeld

Dat lezen van de plek mondt bij Duerinck uit in iets wat meer lijkt op regie dan op klassieke ontwerpdiscipline. Hij noemt het zelf expliciet zo: “Eigenlijk zijn we eerder mensen die een proces regisseren dan dat wij tuinarchitecten zijn. Het stopt niet wanneer de uitvoering is gebeurd, dan begint het eigenlijk pas,” zegt hij. Daarmee keert hij zich impliciet tegen een ontwerppraktijk die natuur behandelt als materiaal dat zich definitief laat vastzetten. Voor Duerinck is natuur geen afwerking, maar een actor: iets dat terugspreekt, bijstuurt, verrast, soms ook tegenwerkt. Juist daarin ligt voor hem de rijkdom.

Schaapshoeve: landschap als gedeelde ruimte
Voor dit project van Imroder ontwikkelde Atelier Artisjok de site volgens een 10-puntenprogramma, met deelgebieden zoals een boomgaard, pluktuin, bloemenweides en nieuwe volumes rond het historische hof. De bestaande structuren en bomen vormden geen obstakels maar waren het vertrekpunt. “We leerden hier veel over het spanningsveld tussen ontwerpambitie en regelgeving. Onze overheid remt vandaag nog veel af waar net ruimtelijke kwaliteit kan ontstaan.”

Les Cabanes d’Ostende: de natuur naar binnen halen

“Het duurde vier bouwaanvragen tot dit goed voelde. De omslag kwam toen het ontwerp niet langer vertrok vanuit architectuur, maar vanuit de omgeving zelf.” De cabines werden zorgvuldig gepositioneerd tussen bestaande bomen, met zichtlijnen die de natuur tot in het interieur brengen. Wat ontstaat zijn plekken waar gasten ervaren wat ze thuis zelden durven: wonen in de natuur, zonder die te controleren.

 

De 7 tuingeboden van Peter Duerinck

Een tuin is geen ontwerp, maar een houding

Peter Duerinck spreekt zelf over ‘zeven geboden’, maar het zijn geen in steen gebeitelde regels. Eerder verschuivingen in de relatie met onze omgeving: meer organisch dan georganiseerd.

1. Beleving en verwondering
“
Wij maken geen groen omdat het proper en netjes zou zijn.”
Zie je tuin niet als louter decor. Een tuin moet verrassen, uitnodigen en uitdagen – en bij voorkeur ook voeden. Letterlijk. Door voedselplanten te integreren, door te zorgen dat er elk seizoen knollen, vruchten en kruiden zijn. Niet alles moet ‘af’ zijn. Integendeel: het mag beginnen en verwonderen.

2. Architectuur versus wilde natuur
“
Neem wat je nodig hebt… en laat de rest van het perceel vrij untouched.”
Zie je huis als een element in een groter geheel. Creëer comfortplekken als een buitenkeuken of hottub. Laat de rest ruwer, vrijer, landschappelijker. Net dat contrast maakt het geheel sterker.

3. Procesregie boven eindbeeld
“
Het stopt niet wanneer de uitvoering gebeurd is, dan begint het eigenlijk pas.”
Een tuin is nooit af. Verwacht geen statisch ontwerp, maar een proces dat evolueert. Werk samen met de natuur en accepteer dat het resultaat niet volledig voorspelbaar is.

4. Ontwerpen vanuit nederigheid
“
Als je de hand van de tuinarchitect niet voelt… dan is het gelukt.”
Ga niet naar een tuinarchitect voor een statement of signatuur. Laat hem of haar in dialoog gaan met wat er al is. Soms is niet ingrijpen de beste ingreep.

5. Weg met angst
“
Onkruid kan ook gewoon kruid zijn dat je als bondgenoot neemt.”
Ga voor minder chemisch spul en meer begrip. Voor minder controle en meer vertrouwen. En voor wie wil: herontdek wat eetbaar is in wat spontaan groeit. Zevenblad, paardenbloemen en netels zijn lekkerder dan je denkt.

6. Weg met taboes
“
Wij zien dat men zich vaak beperkt tot het afvinken van regeltjes.”
Deze is vooral aan onze steden en gemeenten gericht. Niet alles past namelijk in regels. Intensieve zones rond de woning kunnen perfect samengaan met extensieve, landschappelijke delen. Overheden en tuinarchitecten zouden meer in gesprek moeten kunnen gaan, meer moeten samenwerken. Samen zouden we doordachtere beslissingen kunnen nemen over verharding, waterhuishouding, exoten, … Niet alles moet minimaal of uniform zijn.

7. 1 + 1 = 3 – Aandacht voor collectiviteit
“
Je kan ook wonen in een groter landschap dat gedeeld wordt.”
De klassieke verkaveling als eindpunt is achterhaald. Minder versnippering betekent bijna altijd meer kwaliteit. Je hoeft daarbij niet noodzakelijk aan extreme vormen van cohousing te denken. Laat ons open staan voor flexibele manieren van samen wonen in een gedeeld landschap.

Bij wie haalt Peter Duerinck inspiratie?

Inspiratie bij Peter Duerinck volgt geen rechte lijn. Ze kronkelt als een tuinpad tussen collega-tuinarchitecten en grote namen uit de architectuur. Zo kijkt hij onder meer op naar Vincent van Duysen, omwille van diens vermogen om gebouw en landschap als één ervaring te laten samenvallen. Ook Robbrecht en Daem noemt hij expliciet, met het paviljoen in het Middelheimpark als referentie. “Er zit zoveel poëzie in die architectuur… onnavolgbaar.” Peter bewondert ook de Franse landschapsarchitect Michel Desvigne. “Zijn Urban Forest vind ik zo’n rijk concept en ook wat hij in Wijnegem aan het Kanaal deed op de site van Axel Vervoordt is ronduit indrukwekkend.”

Notitie van Bebelle

Waarom dit artikel

Wist je dat dokters in Canada soms een bezoek aan een natuurpark voorschrijven? En dat artsen in Schotland een wandeling in het groen adviseren aan hun patiënten? Mijn favoriete medicijn zou dan een tuin van Atelier Artisjok zijn.

Peter Duerinck ontwerpt geen tuinen. Hij regisseert een proces – tussen wat er al is en wat er kan groeien, tussen de hand van de mens en de vrijheid van de natuur. “Als je de hand van de tuinarchitect niet voelt … dan is het gelukt.” Dat zegt veel over Peter.

Wat me als onderneemster het meest raakt in zijn verhaal is de moed om kleiner te worden. Minder opdrachten, minder medewerkers, minder kopzorgen en meer tijd voor de essentie. Geen evidente stap, maar waarschijnlijk wel een wijze beslissing.

“Een tuin is nooit af”, zegt Peter. Eigenlijk geldt dat voor alles wat de moeite waard is.

atelierartisjok.be

Notitie van Bebelle

Waarom dit artikel

Wist je dat dokters in Canada soms een bezoek aan een natuurpark voorschrijven? En dat artsen in Schotland een wandeling in het groen adviseren aan hun patiënten? Mijn favoriete medicijn zou dan een tuin van Atelier Artisjok zijn.

Peter Duerinck ontwerpt geen tuinen. Hij regisseert een proces – tussen wat er al is en wat er kan groeien, tussen de hand van de mens en de vrijheid van de natuur. “Als je de hand van de tuinarchitect niet voelt … dan is het gelukt.” Dat zegt veel over Peter.

Wat me als onderneemster het meest raakt in zijn verhaal is de moed om kleiner te worden. Minder opdrachten, minder medewerkers, minder kopzorgen en meer tijd voor de essentie. Geen evidente stap, maar waarschijnlijk wel een wijze beslissing.

“Een tuin is nooit af”, zegt Peter. Eigenlijk geldt dat voor alles wat de moeite waard is.