“
Herman Konings over hokjesdenken, huismussen en hoe generaties zichtbaar maken wat er speelt
“Generaties zijn een conventie,” start Herman Konings (Kreeft) ons gesprek. “Geen biologische waarheid. Je moet het zien als een afspraak. En net daardoor kunnen we ermee werken.” Hij voegt er meteen aan toe: “Je hebt believers en non-believers. Ik ben een believer, dat zeg ik nu al voordat ik verder ga.” Konings’ geloof in generaties is echter genuanceerd: “Het is verleidelijk om generaties te zien als etiketten. Als snelle verklaringen voor gedrag: zo zijn jongeren, zo denken ouderen.” Maar volgens hem zijn generaties geen labels, maar lenzen. Lenzen die ons toelaten om gedrag, waarden en keuzes in context te plaatsen. Die zichtbaar maken wat anders verborgen blijft. En die lenzen worden bepaald door drie effecten, legt hij uit.
Ten eerste zijn er de lifecycle-effecten, die te maken hebben met de fase van het leven waarin iemand zich bevindt. Als je twintig bent, met een lichaam van twintig, en dan bedoel ik vooral de hersenen die reageren op twintig anders dan op zeventig, ga je je anders gedragen. “Dat is universeel,” zegt hij. “Dat herhaalt zich, over generaties heen.” Een student kijkt anders naar de wereld dan een ouder, en een gepensioneerde heeft andere prioriteiten dan iemand die aan het begin van zijn carrière staat. Die verschillen zijn deels universeel en herhalen zich over generaties heen.
Daarnaast zijn er de cohort-effecten, die verwijzen naar de specifieke wereld waarin iemand opgroeit. Wie volwassen wordt in een digitale samenleving ontwikkelt andere reflexen dan iemand die opgroeide in een analoge context. Technologie, cultuur en sociale normen vormen zo een generatie nog voor ze zich daar zelf van bewust is. “We socialiseren. We gaan om met onze context. En die context verschilt per generatie.” Een twintiger in de jaren tachtig socialiseerde anders dan een twintiger vandaag, en digitalisering is daarin de grootste factor.
Tot slot zijn er de periode-effecten, gebeurtenissen die iedereen treffen en die een collectieve impact hebben. Economische crisissen, pandemieën of geopolitieke schokken beïnvloeden niet alleen individuen, maar hele generaties tegelijk. “Soms wordt iedereen tegelijk geraakt, los van generaties.” 9/11, de bankencrisis, COVID-19. “Dan krijg je niet heel andere reacties van jongeren dan van heel oude mensen. Er zijn nuances, maar de richting is dezelfde.”
“Je moet die drie altijd samen bekijken,” zegt hij. Het is precies in dat spanningsveld dat generaties hun karakter krijgen.

De zeven generaties op een rij
Om het denken over generaties tastbaar te maken, helpt het om ze even naast elkaar te plaatsen. “Zie de jaartallen niet als harde grenzen,” benadrukt Konings. “Het zijn eerder fluïde overgangen.”
Stille generatie (° voor 1945) Gevormd door oorlog en schaarste. Drie op vier van de nog levenden zijn vrouwen. “Denk aan Annie en Raymond van Familie,” knipoogt Konings, “die worden dit jaar allebei honderd. Dat zijn de laatsten.”
Babyboomers (°1945–1964) De enige generatie die je ook puur demografisch kan omschrijven: het aantal geboortes ontplofte na de Tweede Wereldoorlog en daalde pas toen de pil zijn effect had. “Ze beschikken vandaag over iets wat de jongere generaties missen: tijd, ruimte én geld. En het leuke voor die babyboomers: ze hebben die drie vaak tegelijk.”
Generatie X (°1965–1979) De bruggeneratie tussen analoog en digitaal. Konings noemt hen “de meest onzichtbare generatie”, maar niet de minst invloedrijke. Ze combineren ervaring met aanpassingsvermogen en bekleden vaak sleutelposities in de maatschappij.
Generatie Y/ Millennials (°1980–1994) Midden in carrière en gezinsleven. De balans tussen werk en privé is momenteel hun grootste uitdaging. “Dat is,” zegt Konings, “eigenlijk altijd al zo geweest voor dertigers. Dat is zo’n lifecycle-effect.”
Generatie Z (°1995–2009) De huidige jongvolwassenen. Digitaal vaardig, maar ook gevoelig voor mentale druk en onzekerheid. Ze combineren pragmatische keuzes – strategisch voor Hotel Mama blijven kiezen, vroeg beleggen, samen met leeftijdsgenoten een woning kopen – met een voortdurende zoektocht naar identiteit.
Generatie Alfa (°2010–2024) De eerste volledig digitale generatie. Voor hen bestaat er geen onderscheid meer tussen online en offline. Ze bewegen zich moeiteloos tussen die beide werelden, maar kennen geen van beide werelden écht apart.
Generatie Beta (°geboren vanaf 2025) Er is nu de conventie om elke vijftien jaar een nieuwe generatie te beginnen. Dat maakt de jongste generatie amper één jaar oud. Deze kinderen groeien op in een wereld waarin artificiële intelligentie en automatisering vanzelfsprekend zijn, niet als hulpmiddel, maar als basis van hun realiteit.
Hokjesdenken maakt dingen werkbaar
Is generatiedenken geen beperkend hokjesdenken? “Hokjesdenken wordt vaak filosofisch afgekeurd, maar het maakt dingen werkbaar,” riposteert Konings. Hij geeft een voorbeeld: een architect die een woning ontwerpt voor een zeventiger, denkt na over een lift, een bungalow en één verdieping. Voor een twintiger gelden andere parameters. “Dat is logisch. Je kan op maat werken, maar hoe ver ga je? Je moet toch een soort referentie hebben.”
Hij voegt er wel meteen aan toe: “Je moet oppassen dat je niet te stereotiep gaat denken. Maar dat hokjesdenken op zich? Dat kan geen kwaad.” Die nuance wordt pas echt zichtbaar wanneer je kijkt naar hoe generaties vandaag leven.
Een samenleving die versnelt en verschuift
Wanneer je kijkt naar hoe generatie Z leeft, werkt en woont, worden de invloeden van levenscycli, cohorten en periode concreet. “Een twintiger vandaag heeft ongeveer duizend uur minder persoonlijke contacten dan een twintiger van twintig jaar geleden.” Hij citeert een studie van de Universiteit van Rochester. “Met persoonlijke contacten bedoel ik IRL. In real life. Duizend uur minder. Dat is een verarming, emotioneel gezien. Dat brengt minder hormonen als oxytocine, dopamine en serotonine op gang.” Hij verwijst ook naar een studie van de Vlaamse overheid: “Als er in een willekeurige Vlaamse wijk in 2008 honderd kinderen buiten speelden, waren dat er in 2024 nog geen veertig. Dat kan je niet demografisch verklaren. Er zijn ongeveer evenveel kinderen. Het komt door die smartphones en tablets.”
Permanente vergelijking op sociale media heeft een prijs
Konings maakt zich zichtbaar zorgen als hij spreekt over wat dit doet met jonge mensen. “Ik hoor dat van klinisch psychologen en kinderpsychiaters: veel meer twintigers lopen vandaag de wachtzalen plat vergeleken met twintig of veertig jaar geleden.”
Een deel van die openheid om over mentaal welzijn te praten is cultureel, geeft hij toe. “Maar dat verklaart het niet volledig. Er is gewoon meer aan de hand.” Ze groeien op met een constante spiegel voor hun neus: sociale media waar succes, schoonheid en geluk de norm lijken. “Je zit in een fase waarin je jezelf moet definiëren. En tegelijk word je geconfronteerd met een ideale wereld waar je niet aan voldoet.”
COVID heeft dat verergerd. “Gen Z was in 2020 en 2021 tussen de 10 en 25 jaar oud. Midden in dat socialiseringsproces. En dan mag je plots niks meer.”
Wonen als strategische buffer
Konings heeft een term voor de woontrend die hij ziet bij jongeren: de huismusgeneratie, of in het Engels, de homebody generation.
“Veel twintigers blijven strategisch thuis wonen. Enerzijds omdat ze goed bezig zijn – ze sparen, ze bouwen iets op. Maar ook omdat hun ouders te pruimen zijn.” Hij lacht. “Met die ouders van nu kan je praten. Daar kan je mee thuiskomen. Of beter gezegd: thuisblijven. Voor een oudere generatie als die van mij was dat minder vanzelfsprekend. Mijn ouders waren lieve mensen. Maar de afstand tussen hun leven en het mijne was toch veel groter.”
De relatie tussen ouders en kinderen is fundamenteel veranderd, zegt hij. “Die communicatie is veel opener geworden. Boomer-ouders of generatie X-ouders hebben tweerichtingscommunicatie gestimuleerd. Die zeggen: heeft jouw vriendin of vriendje nergens te slapen? Die mag bij ons blijven. Ook in jouw bed, als dat zo uitkomt.” Die openheid heeft ook een keerzijde. “Als je open communiceert met je ouders, komen ook de zorgen over de toekomst van de wereld op tafel. En dat maakt jonge mensen ook weer onzeker.”
Het huis zelf is intussen getransformeerd. Jongeren investeren bewust in hun woonomgeving – grote schermen, gamingset-ups, goede audio. Ze nodigen vrienden uit in plaats van uit te gaan. “Waarom zou je nog uitgaan als je thuis alles hebt?” vraagt Konings. “Een projector kost tegenwoordig 200 euro. En je kan samen de dag na de Oscars al de winnende film streamen en kijken op je eigen bank.” Het is geen luiheid, benadrukt hij. Het zijn rationele keuzes in een dure wereld.
Friends with mortgage benefits
“Je kent het fenomeen friends with benefits?” Konings glimlacht wanneer hij het begrip introduceert. “Wel, vandaag heb je ook friends with mortgage benefits.”
Jonge mensen kopen samen een woning, niet met een partner, maar met een vriend of een zus. Puur economisch. “6% van de min-35-jarigen in het Verenigd Koninkrijk heeft concrete plannen in die richting. In de Verenigde Staten is dat al 12%. En vier op tien overweegt het.” Het past in een bredere logica die hij bij generatie Z herkent: pragmatisme over romantiek. Ook financieel zijn ze vroegrijp. “Gen Z start gemiddeld rond de negentien jaar met beleggen. Ze zijn opgegroeid met crypto, met beleggingsapps als Bolero, Saxo, Revolut op hun scherm. Met de functie Rond af & Beleg van ING beleggen ze automatisch hun wisselgeld. Zo investeer je zonder dat je er echt mee bezig moet zijn.”
Passie, Popcorn en AI in Afrika
Twee boeken triggerden Hermans passie. The Popcorn Report van Faith Popcorn bracht hem op het spoor van trends en menselijk gedrag. Boom, Bust & Echo van de Canadese professor David K. Foot trok hem nog dieper: waarom kochten 20.000 Canadezen een saai demografieboek? Omdat het gedrag verklaarde vanuit cijfers. Niet de trends zelf, maar wat eronder zit.
Die drijfveer illustreert hij graag met een voorbeeld. Op keynotes toont hij een HR-surveycijfer: 60% van de Afrikaanse werknemers gebruikte het voorbije jaar AI op het werk, tegenover 54% in Europa. “Dan zegt iedereen: die Afrikanen zijn er vroeg bij.” Hij lacht. “Maar Afrika is gewoon jong. Drie op vier van de beroepsbevolking is er jonger dan 35. Bevraag je alleen Europese twintigers en dertigers, dan kom je aan 75 à 80%.” De les: lees cijfers nooit zonder demografische context. “Het gaat er uiteindelijk om waarom mensen doen wat ze doen. Dát blijft mij mateloos boeien.”
Notitie van Bebelle
Dit artikel over generaties las ik met een potlood in de hand. Klaar om aan te duiden wat me verraste. Zoals dit: een twintiger van vandaag heeft duizend uur minder persoonlijk contact dan een twintiger van twintig jaar geleden. Duizend uur. Dat is geen detail. Dat is een andere manier van leven.
Als projectontwikkelaar denk ik voortdurend na over wie er in onze gebouwen zal wonen. Als steeds meer jonge mensen gaan samenwonen met ‘friends with mortgage benefits’, moeten wij daarop inspelen. Als je generaties als lenzen gebruikt om naar de toekomst te kijken, verandert dat je visie.
Notitie van Bebelle
Dit artikel over generaties las ik met een potlood in de hand. Klaar om aan te duiden wat me verraste. Zoals dit: een twintiger van vandaag heeft duizend uur minder persoonlijk contact dan een twintiger van twintig jaar geleden. Duizend uur. Dat is geen detail. Dat is een andere manier van leven.
Als projectontwikkelaar denk ik voortdurend na over wie er in onze gebouwen zal wonen. Als steeds meer jonge mensen gaan samenwonen met ‘friends with mortgage benefits’, moeten wij daarop inspelen. Als je generaties als lenzen gebruikt om naar de toekomst te kijken, verandert dat je visie.